Vorming als kruisheer

Voor de initiële vorming als Kruisheer staan de perioden van het postulaat, noviciaat en de vorming als priester.

1. Postulaat of ervaring met gemeenschapsleven
De essentiële bedoeling van het postulaat is: voorbereiden op het noviciaat. Het postulaat duurt 6 maanden tot een jaar.
De postulant:

  • deelt het leven van de communiteit: gemeenschappelijk gebed, maaltijden, communiteitsgesprekken.
  • zet zijn beroeps- of studieleven verder voor zover als mogelijk.
  • ontmoet elke twee weken een kruisheer om terug te blikken op het leven en onze spiritualiteit te ontdekken.
  • ontdekt de aard van ons leven en steunend op wat hij beleeft kan hij stilaan gaan onderscheiden of hij aan het noviciaat wil beginnen.

Het postulaat geeft de gelegenheid om na te gaan of er een voldoende menselijke en christelijke rijpheid aanwezig is evenals een voldoende geschiktheid voor het religieuze leven. Indien dit nodig mocht zijn, kan deze tijd ook nuttig zijn om de christelijke vorming van de kandidaat bij te werken.

2. Noviciaat of initiatie in het kruisherenleven
De bedoeling van het noviciaat is als religieus-kruisheer te leven in de communiteit van het noviciaat, lid zijnde van de Orde.
De novice:

  • deelt als kruisheer het leven van de communiteit.
  • onderbreekt zijn beroepsleven of zijn leven als student om zich helemaal te wijden aan deze initiatie.
  • wijdt één uur per dag aan persoonlijk gebed en lectio divina.
  • verdiept zijn kennis van de bijbel, de sacramenten, het gebed, het gemeenschapsleven, de regel van Augustinus, de constituties van de Orde, de geloften, de spiritualiteit van het kruis, de liturgie, de geschiedenis van de Orde. De lessen kunnen plaats vinden in de eigen communiteit of buitenshuis.
  • ontmoet zijn begeleider (de novicenmeester) eenmaal per week voor een gesprek over zijn leven in het noviciaat.
  • helpt bij het materieel onderhoud van het huis en bewijst hand- en spandiensten aan de communiteit.

Het noviciaat is dus de periode waarin de novice de grondslag legt voor heel zijn religieus leven als kruisheer. Deze sterke tijd van ervaringen en van reflectie helpt om te onderscheiden of de kandidaat een engagement voor het leven aan kan. Het noviciaat duurt twee jaar en bereidt de kandidaat voor op de eerste (tijdelijke) professie.

3. De Fraters-Studenten of de periode van de tijdelijke geloften
Tijdens de periode van tijdelijke geloften, die van 4 tot 6 jaar kan duren, leren de fraters het kruisherenleven verder kennen en volgen zij een intellectuele- of een beroepsopleiding, die hen voorbereidt op toekomstige apostolische taken.
De frater:

  • leeft het kruisherenleven in een communiteit.
  • wijdt dagelijks een half uur aan persoonlijk gebed.
  • legt zich toe op zijn studies die hem voorbereiden op het priesterschap of een andere of een andere geëigende opleiding.
  • neemt deel aan vormingsinitiatieven betreffende het religieuze leven: jaarlijkse retraite; wekelijks bijbelgesprek; maandelijkse stille dag; sessies over kruisheren-spiritualiteit, religieus leven, hoe omgaan met conflicten en andere onderwerpen die de uitbloei van zowel het menselijk als het christelijk leven bevorderen.
  • een apostolische activiteit die kan samengaan met het leven in gemeenschap en een geregeld gebedsleven in de communiteit.

De periode van tijdelijke geloften is een proeftijd om na te gaan of iemand zich geschikt voelt om als kruisheer te leven en om te onderscheiden welk apostolisch engagement aangewezen is.